Gastrofarm ‘Op Oost’ klaar voor zilt avontuur

Allebei hadden ze de ultieme droom waarbij Texel, de natuur als speeltuin, gastvrijheid op zijn best, puur eten en zo groen mogelijk ondernemen bleven rondzingen. Noem het voorbestemd of iets met toeval dat niet bestaat.

Precies daar bij die Waddenzeedijk op 150 meter van die authentieke stolpboerderij en wierschuur, waar zij nu zo hard werken om elf prachtige suites en hun restaurant te realiseren, was er die eerste ontmoeting tussen chef-kok Joram Timmerman en evenementenorganisator Valerie Jongeneel. Alles wat ooit werd bedacht in hun hoofden wordt nu hun gezamenlijke werkelijkheid: Gastrofarm ‘Op Oost’ is bijna klaar om voorgoed op de kaart te worden gezet.

Er wordt nog volop getimmerd, geschaafd, geboord en gezaagd in de voormalige wierschuur -waar ooit de zeewier en de oesters werden opgeslagen en verhandeld- om het restaurant en de keuken van het Kook Atelier Op Oost medio juli de deuren te laten openen. In de nok worden drie lodges met vide gerealiseerd en op de begane grond lopen de gasten vanuit het restaurant – waar natuurlijk de ‘chefs table’ – niet ontbreekt, straks zo het Greenhouse binnen. Tijdens zwoele zomeravonden kunnen gasten letterlijk meekijken als de koks in de buitenkeuken de heerlijkste gerechten klaarmaken.

Dutch Cuisine

Joram zit boven op het kippenhok dat hij samen met zijn vader aftimmert. Naast de leveranciers van de verse eieren, scharrelen straks ook pauwen en loopeenden rond de suites. Met de hamer in de hand vertelt Joram met enthousiasme over de combinatie van ‘fine dining’ en ruwe ambacht met een ‘Nordic’ inslag van kweken, foerageren en conserveren die straks de rode draad vormt van de keuken van het Kookatelier Op Oost. De chef-kok én geboren Texelaar heeft zich aangesloten bij Dutch Cuisine, waarbij diverse topkoks de moderne Nederlandse keuken letterlijk weer op de kaart zetten door zoveel zoveel mogelijk te koken met streekproducten en seizoensgerechten. “Op de grens waar zilt en zoet elkaar ontmoeten, komen nu fine dining en ruwe ambacht samen, met natuurlijke contrasten in smaak en structuur. We koken op open vuur en in een hout gestookte steenoven. We maken gebruik van ingrediënten van dichtbij. De oesters rapen we zelf op “t Wad en we verwerken onze verbouwde kruiden en groente uit de eigen tuinen die zoveel mogelijk rond de suites zijn aangelegd. We willen onze ecologische voetprint zo groen mogelijk houden.”

Ecologische suites

Valerie laat de overige acht ruime suites zien, die in de oude stolpboerderij zijn gebouwd. De ecologische Cocomat-bedden van zeegras staan er uitnodigend bij, evenals de badkamers met heerlijke regendouches. Ze schetst het perfecte plaatje voor gasten die met een vol hoofd arriveren en de ruimte krijgen om die leeg te maken: “We bieden veel licht, een schone, zilte lucht, openslaande deuren en uitnodigende zitjes, top eten en bijzondere, zelfgemaakte dranken. Maar natuurlijk behoort een goed glas wijn ook tot de mogelijkheden! En dat allemaal op 150 meter afstand van de Waddenzee waar je naar de horizon kunt blijven staren tot je Vlieland ziet liggen. Met de wind in de haren steek je vast een aardbeitje in je mond uit een van de vele tuinen, terwijl je richting het ontbijt slentert. Je kunt fietsen, wandelen, lezen of gewoon lekker niets doen.” Valerie vertelt over de klik die ze direct hadden met de Texelse familie, die de boerderij als een gastenverblijf runde. “Het stond niet officieel te koop, maar mochten de juiste kandidaten voorbijkomen dan viel er zeker te praten. We waren bezig geweest met iets anders, maar dat was niet gelukt. We werden gewezen op dit bedrijf en prijzen ons heel gelukkig dat de eigenaren het ons zo gunden. Zij staan ook volledig achter onze plannen.”

Hobbels

Nippend aan een kopje verse citroenmelisse uit eigen tuin vertelt Valerie over de hobbels op de weg. “De vergunningenweg was een hele lange en we hadden best wat constructieve tegenvallers. Een paar miljoen, nog levende, houtwormpjes bijvoorbeeld. En geen fundering onder de oude wierschuur, dat was ook even slikken. En natuurlijk de coranacrisis. Joram had zijn Kookatelier in Den Burg al gesloten om zich volledig op ons nieuwe bedrijf te richten, ik zou doorgaan met de evenemententak -zoals het organiseren van het Beach Food festival- van ons bedrijf. Maar dat kwam volledig tot stilstand. Het voordeel is dat ook ik mij volledig aan dit project kon wijden. Ik weet nu waar de zeekool groeit aan de dijk, waar de wilde kamille te plukken en waar je ’s middags het lekkerst zit uit de wind, in het zonnetje. Door hier zo intensief te zijn, hebben we de plek en de buurt heel goed leren kennen. Dat is zo veel waard gebleken.”

Go big

Om hun droom te realiseren omarmden Valerie en Joram het motto “Go big or go home!” De investering is fors en dus waren ze heel blij met een bijdrage uit het revitaliseringsfonds verblijfsrecreatie, uit het regionaal stimuleringsprogramma van De Kop Werkt!, van de vier Kopgemeenten Texel, Den Helder, Hollands Kroon en Schagen en de provincie Noord-Holland. De regio heeft de ambitie om in 2030 de beste presterende verblijfsrecreatiesector van Nederland te hebben. “Het gaat om een percentage van de eigen investering die bij ons in de tonnen loopt. Het subsidiebedrag was zeer welkom. Het geld heeft meegeholpen aan de kosten om het pand aan te passen van ‘toen naar nu’.

Proeftuin

Als veertienjarige dacht Valerie dat haar ouders gek waren geworden toen ze als Rotterdamse moest verhuizen naar Texel. “Ik vond het verschrikkelijk. Het heeft overigens niet lang geduurd. Ik denk dat ik na een half jaar al ‘om’ was. Wat Texel zo bijzonder maakt? Het is hier een proeftuin van mogelijkheden. De vrijheid is enorm.” Valerie roemt het ondernemerschap van ‘de Texelaar’: “Je zoekt de goeie mensen bij elkaar en je gaat. Wij worden met ‘Op Oost’ door zoveel mensen gesteund. Onze familieleden die actief meehelpen, maar ook diverse leveranciers die meedenken. Het is een eigenzinnige gemeenschap waar ruimte is om anders te zijn en je eigen plan neer te zetten. En dat is precies wat wij doen met ‘Op Oost’.

NB: dit artikel is verschenen op de website van het Ontwikkelingsbedrijf NHN.

Tekst: Gea Mollema, Tekstgenoten
Fotografie: Justin Sinner